Leren van de grote meesters:
Intact

25 april 2026

Terwijl ik aan de gedichten van mijn bundel Intact schreef, kreeg ik de behoefte om de kwaliteit van mijn poëzie flink op te trekken en ik ging veel meer poëzie lezen. Online was de website van Meander een dankbare bron met hedendaagse dichters, in allerlei schrijfstijlen. Ook interviews met dichters en recensies hielpen mee om te reflecteren op de kwaliteit van mijn eigen poëzie.

Ik las verschillende bundels van bekende namen als Anna Enquist, Esther Jansma, Rutger Kopland, Hugo Claus, Flaubert en Rilke. Naast dichters als Ingmar Heytze, Gerrit Kouwenaar, Judith Herzberg en Tjitske Jansen.

Een belangrijk, direct resultaat was het verder uitwerken van mijn beeldtaal, elke zin mag een eigen wereld scheppen. Mijn taal is rijker geworden. Een ander direct resultaat was het gaan weghalen van lidwoorden, voegwoorden, overbodige herhalingen etc. Ik kreeg ook steeds meer oog voor clichés en abstracte gemeenplaatsen. Mijn gedichten kwamen tot leven door nieuwe beelden. De inspiratiebronnen hielpen me ook om me vooral niet te beperken, in de zin dat mijn stijl in principe nergens aan hoeft te voldoen. Ook vertrok ik vanuit mijn eigen thematiek en inhoudelijke stem.

Deze poëzie las ik niet om van daaruit vernieuwend bezig te zijn of om me bij een stroming aan te sluiten: zo niet of zo wel. Ik wilde los van welke stroming dan ook geïnspireerd worden door de eigen stem van een dichter en hiervan leren. Ritme, betekenis, contrast, beeldende taal, gelaagdheid, directheid etc. Intact kreeg daardoor veel meer diepte.

Is mijn stijl nu voldoende autonoom? Voor een eerste literaire dichtbundel heb ik zowel gewerkt met persoonlijke taalinzichten als dat ik werkte met kaders vanuit grote poëzie. Hiermee ben ik in een sterke ontwikkeling als dichter terechtgekomen, waarvan 44 gedichten in de bundel Intact zijn te lezen. Aan de lezer om te oordelen.