Preview Intact

De dichtbundel Intact bestaat uit 44 gedichten,
ingedeeld in 3 hoofdstukken: Beroering, Passage en Klankkleur. Op deze pagina
uit elk hoofdstuk een gedicht.

C’EST LA VIE

Het meten van de ruimte in mijn hoofd moet –
beperkingen met mild ongemak horen er bij.
Afzondering is mijn spouw / de wortels
van de boom filteren het water.

Beeldschermnieuws mag worden uitgeschakeld
(een kwast neemt niet meer verf op
dan in de haartjes passen), het spuugt chaos
die we misschien samen zouden moeten

pelgrimeren in liefde. Er zijn gesprekken
die ik nooit voerde, die wel tussen het gebladerte
wonen, die in de kelder tussen de gewekte peertjes
liggen te dromen over waslijnen

vol in de lentewind. Waar jij me voor uitnodigde,
maar jij was een sfinx en ik slechts een vermoeden
in het zand met paal en perk. Ik bouw een boomhut
om vrijgevochten lampionnen aan te steken, om lichter

te zijn dan de waterlelie, het beloofde land lonkt.
Er zijn gesprekken die wachten in de cadans
van de eeuwigheid. Alles wat jij van mij wil
en wat jij van mij wil weten, of wil horen of zien,

of de verlossende adem
tussen het koren, komt. Niet nu.

GIACOMETTI

Als jij iets hebt, kan iemand anders dat niet hebben.
Jouw bezit betekent de armoede van iemand anders.
Naar Franciscus van Assisi

IJle mensbeelden bewonen de marge, nobelen
met een geboorterecht: de adem strekt zich weids uit,
de hartstocht trilt sterker en het zwerk richt zich op;
vorstelijke restruimte. Verzuchtingen van de figuren
zijn flinterdun, exact hier is er minder

impasse. In de ruimte tussen nu en nu ontvouwt
zich steeds een gloria. Iets lukt, niet omdat het ongeluk
wordt weggesneden, maar omdat er iets
wordt aangestoken. Het ijzer, de klei, het lichaam.
De omtrek, alles wat ooit zwierf.

De aarde is een noestige wilg, opdat het heelal
een eeuwige einder kan zijn. Het heden, een lisdodde
in de wind, opdat het verleden alles kan zijn voorbij
de rietkraag, jouw handafdruk op mijn rug
in het gras om de vijver.

Het vallen langs deze schepping is precies afgemeten,
als ik wil land ik op het voetstuk, maar mogelijk ook laat ik
mezelf halverwege parallel afhangen om nog even zacht
te glanzen tegen de ruwe schil,
ik heb verder feitelijk niks.

INTERMEZZO

Terloops huiverden de zinnen
flinterdun, ragfijn en haarscherp
opdat er geen ongewenste stolsels zijn.
Achteraf wist ik het,
maar toen ik mijn voeten
nog net niet in het gras zette
en de wind onder mijn zolen
aarzelde, dacht ik meer aan
werkpaarden
waarbij briesen een manier
van stapelen is.
Ik weet nu dat precies
toen ik even niet oplette
alles op z’n plek viel,
de dauw in de zee doorzong,
maar ook dat ik dat
nooit werkelijk heb geweten
en dat dat niet erg is.